HOE TE HANDELEN OP HOLE 15
Als u op de afslagplaats van hole 15 aankomt, treft u een relatief lastige situatie aan. Voor u ligt een flinke plas water waar u overheen moet zien te slaan. Aan de linkerzijde bevindt zich een bosschage en tevens is aan die zijde een zgn. “inner Out of Bounds” situatie van toepassing. Voor diegenen die een echt verre bal kunnen slaan is er bovendien ook nog de mogelijkheid dat zij de bal over de bosschage heen slaan en vervolgens niet meer kunnen zien waar de bal terecht komt. Kortom vele mogelijkheden om in de problemen te geraken. Het doel van dit stukje is om die problemen stuk voor stuk door te nemen.
Allereerst belangrijk om te weten is wat Regel 26 (Waterhindernissen) aangeeft. “Het is een kwestie van feitelijke aard of een bal na een slag in de richting van een waterhindernis (WH) niet is gevonden, daar al of niet in ligt. Deze Regel mag alleen toegepast worden als het bekend is of praktisch zeker dat de bal in de hindernis ligt. Zonder die kennis of zekerheid MOET de speler handelen volgens Regel 27-1 (bal verloren)”.
Om wat voor WH het gaat bij hole 15. Voor een groot deel gaat het om een gewone WH aangegeven d.m.v. gele palen en voor het overige deel om een laterale WH aangegeven door rode palen. Als u op de afslag van hole 15 staat zult u zien dat de gele WH loopt tot aan een punt aan de overzijde van het water tot vrijwel aan het begin van de bocht naar links langs de vijver tussen hole 15 en 18. Op dit punt verandert de hindernis in een laterale WH.
U slaat de bal. Nu kunnen zich de volgende zaken zich voordoen:
1. U slaat de bal direct voor u in het water. Deze ligt met zekerheid in de gele
waterhindernis. U heeft nu de volgende opties met 1 strafslag:
a. Een bal spelen zo dicht mogelijk bij de plek waar de oorspronkelijke bal het laatst werd gespeeld. In dit geval is dat vanaf de afslagplaats. U mag dan de bal weer opteeën.
b. Een bal droppen achter de WH, waarbij u het punt waar de oorspronkelijke bal het laatst de grens van de WH kruiste op een rechte lijn moet houden tussen de hole en de plek waar de bal wordt gedropt, zonder beperking van de afstand waarop de bal achter de WH mag worden gedropt. Vanwege de dogleg naar links kan het zijn dat men die rechte lijn zo kan trekken dat men de bal nog net aan de rechterkant van de afslag voor de dames kan droppen. Zo niet, dan rest slechts optie 1a of omlopen naar hole 18.
2. U slaat de bal over het water, maar deze stuit terug de plas in. U ziet de bal aan de overkant net over de plas buiten de WH landen maar helaas valt deze terug het water in. Het is zeker dat de oorspronkelijke bal in de hindernis ligt en dat deze het laatst de WH aan de overkant kruiste. Het is nu van belang deze plek zo nauwkeurig mogelijk vast te stellen, want als de bal het tegenover u liggende deel van de gele hindernis kruiste dan gelden dezelfde oplossingen als bij probleem 1. Echter zal de rechte lijn veelal op hole 18 uitkomen en heeft men de keuze om naast optie 1a een bal te droppen op hole 18.
3. U slaat de bal over het water, maar deze draait sterk naar rechts en land alsnog in de hindernis. U bent zeker dat de bal in de hindernis ligt. In dit geval kruist de oorspronkelijke bal de hindernis voor het laatst in het deel aangegeven met rode palen, de laterale WH. Voor de laterale WH geeft Regel 26-1c nog extra mogelijkheden om een bal te droppen. U mag de bal droppen buiten de WH, binnen 2 stoklengten van en niet dichter bij de hole dan:
a. Het punt waar de oorspronkelijke bal het laatst de grens van de WH kruiste; of
b. Een punt op de tegenoverliggende grens van de WH op gelijke afstand van de hole.
4. U slaat de bal de bosjes in links naast de hindernis. Ook nu heeft u meerdere mogelijkheden.
a. U speelt de bal zoals hij ligt. Geen strafslag.
b. U komt bij de bal en verklaart deze onspeelbaar. De speler MOET met 1 strafslag:
i. een bal spelen zo dicht mogelijk bij de plek waar de oorspronkelijke bal het laatst werd gespeeld. In dit voorbeeld is dat vanaf de afslagplaats. U mag dan de bal opteeën.
ii. Een bal droppen achter het punt waar de bal lag, waarbij hij dit punt op een rechte lijn moet houden tussen de hole en de plek waar de bal wordt gedropt, zonder beperking van de afstand waarop de bal achter dit punt mag worden gedropt. Mogelijk komt u dan uit op hole 18. U kunt dan handelen volgens 1a of een bal droppen op hole 18. Heeft u de bal aan de voorzijde in de bosjes geslagen dan zou deze plek wel eens achter de bosjes net tussen de afslagplaats van hole 15 en de fairway van hole 14 kunnen uitkomen.
iii. Een bal droppen binnen 2 stoklengten van de plek waar de bal lag, maar niet dichter bij de hole. Ook al ligt dit punt nog binnen de bosjes geeft dit u wellicht toch een mogelijkheid om alsnog een slag te doen. Dit punt zou zelfs net buiten de bosjes kunnen uitkomen als de bal daar niet te ver in werd geslagen.
Let op: Links van de bosjes is Out of Bounds (OoB).
5. U slaat de bal te ver naar links en dus OoB:
a. Bent u zeker dat de bal OoB ligt dan slaat u een nieuwe bal vanaf de afslagplaats. U telt de slagen plus 1 strafslag, in totaal dus 3 slagen.
b. U bent niet zeker of de bal OoB ligt. U slaat een provisionele bal. Daarna kijkt u of u uw oorspronkelijke bal kunt vinden. Ligt deze toch OoB dan gaat u verder met de provisionele bal. U heeft op dat moment al 3 slagen. Ligt de bal niet OoB dan kunt u verder voor slag 2 met de oorspronkelijke bal. Kunt u de bal niet vinden dan is deze verloren en moet u ook verder met de provisionele bal. U heeft ook dan al 3 slagen.
6. U slaat de bal erg ver, maar weet niet zeker waar deze terecht is gekomen. Hole 15 is een dogleg naar links waarbij aan de linkerzijde ook een WH is. Gezien de bosjes tussen hole 14 en 15 heeft u in het geheel niet kunnen waarnemen waar uw bal is terecht gekomen. De bal is misschien verloren buiten de waterhindernis of is buiten de baan terecht gekomen. U mag in dat geval volgens Regel 27-2 een provosionele bal spelen. U loopt naar de fairway om te kijken waar uw bal is. Er zijn nu een aantal mogelijkheden:
a. U vindt de oorspronkelijke bal op of naast de fairway. U moet nu verder met deze bal en begint aan slag 2. De provisionele bal komt te vervallen.
b. U vindt de bal, maar deze ligt toch OoB. In dit geval wordt de provisionele bal de bal in het spel. U gaat nu beginnen aan slag 4.
c. U vindt de bal, maar deze ligt aan de rand van hole 15 net in de rode waterhindernis. U moet nu verder met deze bal en dient alsnog te handelen volgens Regel 26-1. De provisionele bal komt te vervallen.
d. U vindt uw oorspronkelijke bal niet. Deze is nu verloren en de provisionele bal wordt de bal in het spel. U begint aan slag 4.
Noot: Slaat u geen provisionele bal dan moet u teruglopen naar de afslagplaats van hole 15 waar mogelijk de volgende groep spelers al klaar staat. Door het slaan van een provisionele bal heeft u onnodig oponthoud voorkomen.
U ziet dat u op hole 15 met veel problemen geconfronteerd kunt worden en dat, hoewel er oplossingen voor zijn, deze best complex zijn. De Regel & Handicapcommissie vraagt dan ook uw aandacht voor dit verhaal.